Start
Marokko
Westelijke Sahara
MauretaniŰ
Mali
Senegal
Gambia

Hartstikke dood
Dieren
Sandboarden

nov 2005
willem@banjul.nl

Marokko - welkom in Afrika!

Acht oktober en het is een druilerige dag in Nederland, het perfecte weer om op reis te gaan. Ik zit nog op de A2 en ik ontvang al bergen SMS'en met succeswensen. Succes?! Ik ga toch op vakantie! Alhoewel.. reizigers in Afrika zijn doorgaans ˛f naief ˛f roekeloos. Ik verwacht eigenlijk geen problemen en moet dus in de eerste categorie vallen, iets dat te vaak bevestigd zal worden. We reizen met de enthousiaste en avontuurlijke jongens van Transsahara Overland. Wouter en Marcel hebben de trip al een keer gemaakt en weten als het goed is waar de landmijnen liggen. Verder gaan er nog zeven mensen mee. De knappe Lian gaat samen met haar immer optimistische vader Jos en Landrover-expert Menno een Defender wegbrengen naar een familie in Gambia zodat zij voortaan geld kunnen verdienen met het rondrijden van Toeristen. Margreet en Tiny hebben een Range Rover omgebouwd tot Strange Rover en brengen deze vol met spullen van Tiny naar een ziekenhuis en school in Gambia. Wil heeft een oude Peugeot gekocht en wil met de verkoop ervan zijn vakantie terugverdienen. En Arjan en ik krijgen van Transsahara een Patrol die in Gambia gebruikt zal worden voor lokale tripjes. Als hij het haalt tenminste. Om de kans daarop te vergroten, schaf ik in Spanje een Mascotte aan, die Herman wordt gedoopt en toepasselijk op de Bull-bar wordt bevestigd. Onze laadruimte is gevuld met jerrycans voor diesel in de woestijn, vier reservebanden voor scherpe keien in de woestijn, schoon ondergoed en pleepapier voor in de woestijn en tenslotte mijn snowboard voor in de woestijn. Je ziet, we zijn bijzonder goed uitgerust.

Rijden door Europa is nogal saai, want we jakkeren over de tolwegen om maar zo snel mogelijk in Marokko te zijn. Aan de deelnemers kun je niet zien dat hier een konvooi op weg is naar Afrika; aan de auto's des te meer. Ik rij met trots in de stoere Nissan, vooral als we worden ingehaald door splinternieuwe SUV's. We hebben niet de snelste auto's, maar wel de sterkste en we gaan ze gebruiken waar ze voor bedoeld zijn!

Na drie dagen (overnachten in Limoges en La Cabrera) komen we aan in Algeciras en staat de teller op 3000km. Een derde alweer! Een uurtje onderhandelen en de veermaatschappijen tegen elkaar uitspelen en we mogen voor 700 € met vijf auto's op de 3 uur durende boottocht. Expres nemen we niet de oversteek naar Ceuta, omdat er de laatste dagen veel opschudding is geweest bij deze Spaande enclave in Afrika. Honderden Afrikanen hebben geprobeerd over de hekken te klimmen, er zijn doden gevallen en het merendeel is gedeporteerd naar onbekende bestemming. Diezelfde hekken moeten wij Parkje in Assilah straks ook door en dus koersen wij aan op de tweede Spaans/Marokkaanse haven Tanger waar het hopelijk wat rustiger is. Op de veerboot spelen zich de eerste typische Afrikaanse taferelen af. De vrachtwagen die als eerste de boot moet verlaten, komt klem te zitten in het uitrijgat. Overal mannetjes in nette pakken die driftig aanwijzingen schreeuwen en druk doen en allemaal een andere kant op wijzen, terwijl de regen met bakken op ons neerstort. Allah heet ons hartelijk welkom! Ondertussen fikt ook nog onze radio en de complete bedrading door (dankzij een zelfgemaakte zekering) en weigert de Patrol te starten. Daardoor komen we als laatste van de boot. Dat, en het feit dat het Marokkaanse douanekantoor overdekt is, werkt niet in ons voordeel en de plaatselijke autoriteiten maken geen haast met het opendoen van het hek. Zoals bij vele grensposten wemelt het ook hier van de "officials" die graag willen helpen met het invullen van banaan. Kerels die zeggen van de politie te zijn maar geen uniform hebben: verdacht! Nadat alle papieren zes keer zijn bekeken en tien keer zijn herbekeken en alles dubbel is ingevoerd in de computer (volgens Marcel is dit de enige grenspost met computer) en we hartelijk hebben gelachen om de "ideeenbus" (echt waar), mogen we na een uur door. Dit zou nog een van de snelste grensposten blijken ;-) Als we bij het prachtige hotel aankomen in Assilah rijden we door een donker straatje. Ik zie een groepje Marokkanen en denk nog "oei, lekkere buurt!". Dat blijkt toch een grote vergissing, want mensen in Marokko zijn uitzonderlijk vriendelijk en behulpzaam. Cactii Wat me verder opvalt aan Marokko: het is oneindig veel rijker dan ik had verwacht. Men heeft er snelwegen, reclame voor de nieuwste telefoons, in kleine plaatjes staan nieuwe verkeersborden, fonteintjes en monumenten. En er staan zelfs flitspalen en agenten met laserguns. Dus wij expres te hard rijden om te kijken wat de paal met ons Nederlandse (export-) kenteken zou doen. Ook het fenomeen tolweg heeft men van het noorden afgekeken en je moet hier Europese prijzen betalen. Daar ze zijn ze erg secuur in, blijkt wel als zelfs een ambulance met loeiende sirene in de rij moet staan om tol te betalen. De enige andere weggebruikers zijn oude Mercedessen uit Nederland of Duitsland, met een baal kleren op het dak en minstens zes hoofddoekjes achterin op weg naar de familie.

We rijden door de eerste uitlopers van het Atlas gebergte en ontdekken hoe agenten hier bijverdienen. Overal staan doorgetrokken strepen die er waarschijnlijk door een blinde (of de agenten zelf) zijn geschilderd. Op het hoogste punt staan de twee enthousiaste dienders alle (rijke) verkeerscriminelen aan te houden. Of we even 160 euro willen lappen. Helaas kunnen wij geen Frans, blijven we vriendelijk lachen en doen we ons uiterste best om eruit te zien of we geen haast hebben. Als we na anderhalf uur neusbloeden aanstalten maken om in het veldje met cactussen te gaan picniccen, is de boete tot 40 euro gezakt. Vooruit dan maar.

Mineraal

De mensen langs de weg zijn een attractie op zich en hebben geen benul van marketing en unique selling points. Eerst staan er 10km allemaal kipverkopers, dan 10km lang meloenhandelaren, dan kraampjes met appels, dan een poosje politieagenten met laserpistolen en tenslotte eindeloze mannetjes die uit het niets op de weg springen en je een mooie mineraal willen slijten. Wel mooie stenen, maar volgens mij liggen die overal voor het oprapen. Een stevige sessie keien bikken later trek ik mijn stelling toch maar in.

Als je Marrakech binnenrijdt, voel je je in de sprookjes van 1000 en 1 nacht. Mooi en mysterieuze gebouwtjes, palmbomen en sierlijke torentjes en punten. Talloze ezelkarretjes met boeren die in de stad hun oogst gaan verkopen. Een wervelende tocht door een meter brede steegjes waar de brommertjes en handkarren je tegemoet komen en we arriveren in hotel Chella. Een piepklein deurtje leidt naar een waar paradijsje. Sinaasappelbomen op een kleine binnenplaats met kleurig versierde bedstees aan weerszijden. Nu al het mooiste hotel ooit. Een koude douche kost 5 dirham, een warme 10, je moet het zelf onthouden. Als de schemering valt is het einde van de vastendag en de jongens van het hotel vragen of ik erbij kom zitten. Ze kijken voetbal, eten een ramadan feestmaal (van hun moeder) en proppen mij vol met berber-soep, zoete koekjes en dadels. Het hotel blijkt vlakbij Jama el Fna te zitten, het beroemde plein van Marrakesh dat 's avonds verandert in een groot feest. Overal staan tafeltjes waar je wat kunt eten, en slangebezweerders, aapverkopers, troubadours en kwakzalvers vertonen hun kunsten. De markt rond het plein (Sukh) is precies de Beverwijkse Bazar, in ieder geval verkopen ze dezelfde rommel. 's Avonds drink ik met Arjan een biertje in Hotel Tazi, de enige plek in Marrakesh waar alcohol te krijgen is.

muren marrakesh

Muren om het oude stadscentrum

sukh

De sukh waar ze waterpijpen en mooie bordjes verkopen

plee in chella

Inventieve oplossing in hotel Chella

garage

In deze garage zit meer olie in de grond dan in heel Irak.

toren moskee

De grote toren van Marrakesh

jam el fna

Eettentjes op Jam el Fna

galaba

We hebben allemaal een traditioneel Marokkaanse jurk (Galaba of Kafta) gekocht en gaan als echte berbers over straat. De Marokkanen vinden het geweldig en we krijgen overal "korting".

13 oktober wordt een zware dag. We gaan van Marrakech naar Ouarzazat via Touaret en Ait Ben Adbou. Dat betekent de mooie maar moeilijkste route door het Atlas gebergte, waarvan een gedeelte alleen gereden kan worden door de terreinwagens. Midden in de bergen komen we een echte vestingruine tegen, een Kasbah. Wat een feest! Om mijn vakantie te laten slagen is deze dag al genoeg. Je kunt bijna overal op of in, al moet je goed uitkijken want het staat allemaal op instorten, ook de hoofdtoren, zoals blijkt uit de puinhopen met brokstukken en ledematen onderaan. Ik ren als een bezetene 15-jarige rond en op en in, doe mijn ogen dicht en zie de kamelen van de kalief al in zijn speciaal verhoogde stallen staan. Iemand schreeuwt "tres dangereux!" en daar heeft hij misschien wel gelijk in, maar wat prachtig!

kasbah buiten
kasbah binnen

Op de smalle bergpassen naar Ouarzazat (c'est toute piste!) wordt het rijden langs afgronden en beken een intensieve klus. We komen door bergdorpjes die naadloos opgaan in het landschap. Ze zijn van lokale klei gemaakt en daarom herken je ze pas als je er midden in staat. Overal zwaaiende kinderen langs de weg, goed getraind om te bedelen want de ratten zijn vliegensvlug. Ik zit met samengeknepen billen als Arjan rijdt want ik kijk meermalen rechts naar beneden een afgrond in. Dan: een lekke band en een splitsing. Godzijdank hebben we gisteren na een uur onderhandelen toch een paar euro meer betaald voor die ene velg, zodat we nu dankzij de sleutelset van de opa van Menno (1 survivalpunt voor opa) een en ander kunnen wisselen.

afgrond
willem rijdt

De vriendelijke berber die ons op zijn ezel laat zitten, zegt dat we zeker de brug over moeten steken voor Ouarzazat. Normaal moet je eigenlijk vijf mensen de weg vragen en het gemiddelde nemen in Afrika, maar die andere vier zijn er niet. Op goed geluk dan maar. Op een smalle bergpas komen we een Spaanse tegenligger tegen. Dit blijkt een verkenner te zijn van een konvooi van vijf auto's verderop. Spannend, want op de smalle pistes past vaak niet eens 1 auto, laat staan dat je elkaar kunt passeren. En achteruit rijden is al helemaal uitgesloten. Een militaire operatie volgt (waarbij ik niet in de auto durf te blijven zitten).

berber met ezel
spaanse tegenliggers

We rijden en rijden en rijden en het wordt donker. Ai, we hadden er al lang moeten zijn. Ik begin me ondertussen zorgen te maken over Mujahadin met kalashnikovs die ieder moment van achter de rotsen vandaan kunnen springen. Als ik in een nederzetting de weg wil vragen, rennen mensen verschrikt naar binnen en gaan luiken en deuren op slot. Vanuit wat spleten wordt ik door nieuwsgierige kinderogen aangekeken, maar niemand spreekt een woord Frans. Ik grap tegen mijn reisgezelschap dat we bijna op de helft zijn (ik heb de GPS en behoor dat tenslotte te weten). Een goede test om de huiskameravonturiers eruit te halen, maar ook al is de stemming licht bedrukt, we moeten verder. We slingeren teveel tussen de bergen om iets aan de GPS te hebben. Ik besluit om zoveel mogelijk zuidwaarts aan te houden, dan komen we altijd wel ergens uit. Het is pikkedonker en ik gebruik mijn maglite om in de voorste auto het pad bij te schijnen. Opeens houdt de weg op bij een kolkende rivier. Terug of verder? We gokken het erop, kunnen we meteen de 4WD/lage giering/2e versnelling uitproberen! Hoera, gaat goed. Gejuich, en verder maar weer. Bovenop een bergkam heb ik een paar seconde bereik met mijn telefoon en ontvang een sms van mijn collega's. Ze staan te feesten bij een concert van Frans Bauer. Precies wat ik op dat moment wilde weten! Ik probeer nog een nood-sms met onze coordinaten naar Marcel te sturen, maar de GSM-ontvangst heeft het begeven. Uiteindelijk komen we steeds meer splitsingen tegen en er lijkt geen einde te komen aan de smalle en rotsige bergweggetjes. Ik begin de moed op te geven. Als het maar niet pikkedonker was en als we maar een serieus iemand tegen zouden komen die wel Frans praat, die wel afstanden kan schatten (de mensen die we tegenkomen schatten tussen 5 en 50 km) en die niet eerst geld wil voor hij iets zegt (rottige kinderen). Even een overleg momentje, gaan we door of blijven we tukken in een schuur waar 40 matten op de grond liggen? We bedanken Ali Baba en zijn 40 rovers beleefd en we rijden nog een stukje verder. Een "dorpje" verder zitten we muurvast in een doodlopende straat zonder keermogelijkheid. Godzijdank is hier ieman die een beetje Frans kan. Ik vraag Margreet om hem te vragen met ons mee te gaan maar de arme jongen begrijpt het niet en denkt dat we boos op hem zijn. Voor hij de kans ziet om er vandoor te gaan, slaan we hem op zijn schouder, lachen we hartelijk en duwen we hem in de Landrover, snel de deur dicht. Hassan kan er de humor wel van inzien en saves the day! We droppen hem onderweg met 200 dirham en 2 cigaretten bij zijn neef in Ait Ben Adbou, die op wonderlijke wijze al van onze komst op de hoogte is (via het bergcommunicatie netwerk op basis van balkende ezels?). Als we in hotel Le Vallee aankomen voelen we ons redelijke helden en trakteren we onszelf op een heerlijk diner.

Vorige -- Volgende